reiki-lotus | tantra-lotus | retraites | forum | cursus kalender | agenda


Gratis sitevermelding op onze linkpagina's. Kijk hier voor meer informatie

Maha Satipatthana Sutta - inleiding

Uit SpiriWiki

(Doorverwezen vanaf Maha Satipatthana Sutta)
Ga naar: navigatie, zoeken


De Maha Satipatthana Sutta is het frame van de boeddhistische meditatie. De Boeddha zelf noemt het 'De enige weg' om de verlichting te verwerven en wordt gezien als de theoretische verhandeling van de Vipassana meditatietechniek.


Inhoud

Citaat

"Dit is de enige weg, monniken, voor de zuivering van wezens, voor het overwinnen van verdriet en weeklagen, voor de vernietiging van lijden en smart, om het juiste pad te bereiken, voor de verwezenlijking van Nibbana, namelijk, de vier fundamenten van indachtigheid."


Zo begint de Grote Meester deze toespraak. In de Majjhima Nikaya komt eveneens een Satipatthana Sutta - De vier fundamenten van indachtigheid voor. De Maha Satipatthana Sutta van de Digha Nikaya is een uitgebreidere versie waarin de 4 edele waarheden nóg uitgebreider worden toegelicht dan in de eerste toespraak van de Boeddha, de Dhamma Cakka Ppavattana Sutta - Het in beweging zetten van het Wiel der Wet. 


Het boeddhistische standpunt

De Pali Canon, de verzameling van boeddhistische geschriften, bestaat uit een zeer groot aantal toespraken van de Boeddha. De Maha Satipatthana Sutta is er één van en wordt veelal beschouwd als één van de allerbelangrijkste. Deze toespraak is van groot belang voor iedereen die zich wil bekwamen in het pad dat naar absolute bevrijding leidt.


Het boeddhistische standpunt is, dat alle wezens onderworpen zijn aan lijden en dat al die wezens de taak hebben om zichzelf van dat lijden te bevrijden door zichzelf volledig te zuiveren van de drie hoofdoorzaken van het bestaan, namelijk: hebzucht, haat en onwetendheid. Zolang deze hoedanigheden in ons huizen, kunnen wij niet loskomen van het rad van geboorte en dood, wat ons steeds bindt aan lijden. Wanneer onze daden vergezeld gaan van deze drie vuren, zijn ze slecht. Zijn onze daden daar vrij van, dan zijn ze goed. Wanneer onze geest onzuiver is, zijn we ook onzuiver in wat we doen en denken omdat we vanuit een onreine basis tewerk gaan hetgeen hoofdzakelijk veroorzaakt wordt door zintuiglijke verlangens. Hierdoor begeven we onszelf op het neerwaartse pad.


Onze zintuigen hebben een functie, maar vanwege onoplettendheid geven we daar vaak te snel aan toe. We willigen het verlangen van de zinnen te snel in. Zien hoe de geest functioneert is dan ook het allerbelangrijkste aspect in het boeddhistische meditatiesysteem. Oefenen we onszelf resoluut in het zuiveren van de geest, dan kan succes op den duur niet uitblijven en zal ons leven er heel anders gaan uitzien: helderder, frisser en veel beter geordend. Met een heldere en frisse geest die alles goed op orde heeft, krijgt het leven veel meer kwaliteit. Het is vooral een oefening in loslaten. Daar waar het oude is, kan het nieuwe, schone en frisse leven niet zijn. Iemand die een beetje nadenkt, zal inzien dat we ons op die manier in een totaal andere richting begeven dan de meeste mensen doen.


De aard van onze geestelijke gesteldheid hangt af van het feit in hoeverre wij onzuivere gedachten toelaten. Het meest essentiële in de vipassana meditatie (inzicht meditatie), is dan ook het observeren van de geest, van je gedachten, van het bewustzijn. Niet alleen tijdens intensieve meditatie, maar ook in de sleur van je dagelijkse leven. In de 'passieve meditatie' leg je de basis om steeds dieper en objectiever naar alles te kunnen kijken, wat er ook op je pad komt.


Als we dapper en onbaatzuchtig durven nadenken over het feit dat wijzelf volledig verantwoordelijk zijn voor alles wat wij doen, als wij dat echt willen beseffen, dan zullen we ook gaan inzien dat het openen van de deur naar volmaakte vrijheid volledig in onze eigen handen ligt. Wij moeten leren om geheel op eigen benen te staan zonder ook maar ergens op te steunen. De gehele Pali Canon staat vol met aanmoedigingen van de Boeddha om zelf het werk te doen en niet te vertrouwen op externe hulp. Ook moedigde hij zijn leerlingen steeds aan om zijn woorden op waarheid te toetsen en deze niet klakkeloos aan te nemen. Boeddhist zijn houdt zeker niet in dat je een leraar blindelings volgt.


Wie in het boeddhisme een scheppende of almachtige god zoekt die straffend is en beloningen uitdeelt, zoekt tevergeefs. Waar kan volledige emancipatie zijn als een godheid jouw doel bepaalt en het heft in handen heeft? Als wij aan een dergelijke autoriteit onderworpen zijn en dus daarvan afhankelijk zouden zijn, dan zou deugdelijk gedrag geen enkele zin hebben. In het boeddhisme is ware devotie niet het aanbidden van een persoon of een godheid om de bevrijding te verwerkelijken. Vooral vanwege het feit dat niemand een ander kan reinigen. Iemand die zich steeds inspant om zijn spraak, gedachten en lichamelijke handelingen te zuiveren, zal tot de perfecte staat van zijn ware natuur komen waarin alle lijden van hem afglijdt zoals een waterdruppel van een lotusblad.


"Zoals de jasmijn haar verdorde bloemblaadjes laat vallen, zo moeten jullie, monniken, hartstocht en haat afwerpen."


Dat is de ware devotie.


Het pad van de Boeddha is er een van goed en kritisch nadenken en de woorden van de Leraar kritisch onderzoeken, toetsen en in praktijk brengen. Het is een pad van jezelf oefenen in deugdzaamheid, concentratie, en wijsheid. Dit heet 'de drievoudige training' (tividha sikkha). Het impliceert liefdevolle vriendelijkheid, goodwill, vreugde schenken in het geluk en welzijn van anderen, gelijkmoedigheid en mededogen. Dit zijn hoedanigheden die niet van buitenaf aangereikt kunnen worden, maar van binnen uit gecultiveerd moeten worden. Het pad van de Boeddha wordt in de Dhammapada kort en duidelijk weergegeven met deze oude, maar altijd frisse woorden: "Het vermijden van al het kwaad, altijd het goede doen en de eigen geest zuiveren; dit is de Leer van alle Boeddha's." Om het hoogste doel van de mens te verwezenlijken, je ware natuur te realiseren, is het absoluut noodzakelijk om jezelf te zuiveren. Dat is de enige manier om tot volmaakte zuiverheid te komen en daarom ook de enige weg.


Aanvullende toelichting

In de toespraak heeft de Boeddha het tegen de monniken. Men dient echter goed te begrijpen, dat de Boeddha het net zo goed tegen jou kan hebben, en of je nu monnik bent, non, of iemand die gewoon het huiselijke leven leidt, doet niet ter zake. Voor iedereen is het mogelijk om bevrijding van de geest te verwerkelijken en daarom dien je goed te beseffen dat de Leer niet alleen voor monniken en nonnen bedoeld is of wellicht uit de tijd is. Voor de gehele mensheid heeft de Boeddha twee dingen heel goed duidelijk gemaakt: het lijden en het ophouden ervan. Het mededogen van de Boeddha strekte zich uit naar alle wezens ongeacht hun status, huidkleur, nationaliteit, religie, geslacht of wat voor uiterlijke verschillen er dan ook kunnen zijn. Besef dat er monniken en nonnen zijn die door nalatigheid het hoogste doel missen, en dat er mensen zijn die het doel bereiken terwijl zij het gewone huiselijke leven leiden. Succes hangt niet af van status, rang of van wat voor soort onbenulligheden dan ook.


Soms trekken mensen zich een paar dagen terug in een bos of op een andere afgezonderde plaats om even tot rust te komen. Dat zal er zeker toe bijdragen om een goede basis te leggen voor meditatie, maar bedenk wel, dat iemand een bepaalde periode in een woud kan verblijven met een verwarde geest, en dat iemand met een rustige geest in een dorp of stad kan leven tussen andere mensen: het eerste is makkelijker dan het laatste, maar dat laatste is veel waardevoller. Om onszelf goed op weg te helpen brengt een tijdelijke afzondering dus ongetwijfeld voordeel omdat het in het begin moeilijk is je in een chaotische wereld te concentreren. Toch, het eigenlijke leren en trainen doe je vooral in je alledaagse leven. Het is makkelijk om je in een woud 'vrij' te voelen, maar in een chaotische wereld is dat veel moeilijker. Maar daar liggen voor ons de grote leermomenten. Bovendien moet meditatie niet een ontsnapping aan het leven zijn, maar dien je er juist middenin te gaan staan. De fundamenten van indachtigheid dienen overigens niet slechts in momenten van meditatie beoefend te worden, maar tijdens je hele leven; vierentwintig uur per dag. Naarmate je deze meditatie beoefent, zal je gewaarzijn zich uitstrekken over je dagelijkse bezigheden zodat je steeds alle toestanden volledig zult begrijpen en in de hand zult krijgen. Het leven zal zich transformeren van een diepe droom naar pure werkelijkheid. Zo zal het leven een meer meditatief karakter krijgen.


Iemand die deze fundamenten van indachtigheid beoefent dient steeds de drie karakters van het bestaan in ogenschouw te nemen, namelijk: vergankelijkheid (aniccata), lijden of het onbevredigende aspect (dukkha), en instabiliteit of het onwezenlijke (anatta) van dingen. Alle verschijningsvormen, alle dingen hebben deze drie eigenschappen gemeen, en omdat de beoefenaar zich dat volledig gewaar is, grijpt hij/zij zich nergens meer in de wereld aan vast. In de teksten zegt de Boeddha vaak:


"De geïnstrueerde edele leerling, monniken, die het zo ziet, hunkert niet naar materiële vorm, gevoel, waarneming, mentale factoren en bewustzijn. Door hartstochtloosheid is hij onthecht, door onthechting is hij bevrijd; in bevrijding ontstaat het besef dat hij bevrijd is, en hij begrijpt: 'Geboorte is vernietigd, het heilige leven is geleefd (magga brahmacariya), wat gedaan moest worden is gedaan (katam karniyam), er komt niets meer tot elke staat van bestaan (naparam itthattaya).'"


In de Dhammapada staan een paar verzen omtrent deze drie karakters van het bestaan: Wanneer met wijsheid de vergankelijkheid van samengestelde dingen wordt gezien, krijgt men genoeg van dit lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.


Wanneer met wijsheid het lijden van samengestelde dingen wordt gezien, krijgt men genoeg van dit lijden. Dit is het pad naar zuiverheid. Wanneer met wijsheid het onwezenlijke van samengestelde dingen wordt gezien, krijgt men genoeg van dit lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.


Bij degene die deze oefening goed uitvoert, zullen er geen gedachten meer ontstaan van een onveranderlijke ziel, geest, of een zelf. Alle gedachten van 'ik', 'mij' of 'mijn' zullen volledig ophouden te bestaan omdat men de ware aard van dingen ziet: anicca, dukkha en anatta. Dit is de sleutel tot perfecte wijsheid. Wie tot duidelijk begrip komt en de dingen perfect ziet zoals ze werkelijk zijn, heeft het hoogste doel bereikt. De juiste inspanning en de juiste gedachten gaan hand in hand, helpen je beide om jezelf te checken op onzuivere gedachten en om goede gedachten te ontwikkelen. Zoals de Meester uiteenzet in het begin van de toespraak, is het viervoudig 'opwekken van indachtigheid' de enige weg die de reeds bevrijden veilig zijn gegaan. Vandaar dat er gezegd wordt:


"Iemand die altijd deugdzaam is, wijs, goed geconcentreerd, die goed naar binnen kijkt en indachtig is; hij is degene die de stroom oversteekt, de stroom die zo moeilijk over te steken is."


Het zal veel inspanning en wilskracht vergen om het geheel goed te bevatten, maar eens zullen de vruchten zegenrijk voor je zijn. Verwacht niet te snel resultaten want mentale ontwikkeling vergt veel tijd. Zorg ervoor dat het lezen en het oefenen elkaar steeds aanvullen. Het regelmatig doornemen van de tekst zal je oefening ondersteunen. Laat ons nu eens gaan kijken wat de Boeddha precies bedoelt met die 'enige weg'.


Externe links

Persoonlijke instellingen